Meer ruimte voor maatwerk vraagt om meer samenwerking
Wat de Wet VABA betekent voor de toekomst van het mbo
De Wet verbetering aansluiting beroepsonderwijs en arbeidsmarkt – Wet VABA – is op 23 juni 2026 door de Eerste Kamer aangenomen. Per 1 augustus 2026 treedt de wet in werking. Voor het mbo betekent dit een belangrijke verschuiving: meer ruimte om onderwijs flexibel in te richten, beter aan te sluiten bij de beroepspraktijk en maatwerk te bieden aan studenten met uiteenlopende achtergronden en ambities.
Dat klinkt als een technische operatie. Maar voor ons is Wet VABA veel meer dan een wijziging in de regelgeving. Het is een uitnodiging om het gesprek aan te gaan over wat onderwijs werkelijk moet doen: mensen voorbereiden op een loopbaan in een wereld die voortdurend verandert. En dat doe je niet alleen, maar samen.
Flexibiliteit als middel, niet als doel
De kern van Wet VABA is helder: meer ruimte in regels, dus meer mogelijkheden voor maatwerk. Dat vertaalt zich in vier concrete veranderingen voor mbo-instellingen.
Er komt meer flexibiliteit in onderwijstijd. Naast de verplichte beroepspraktijkvorming worden flexibele uren geïntroduceerd, zodat scholen gerichter kunnen aansluiten op de praktijk van studenten én werkgevers. Studenten met relevante werk- of leerervaring krijgen toegang tot verkorte opleidingen – een belangrijke stap voor zij-instromers en werkenden die willen bijscholen. Keuzedelen worden soepeler en beter afstembaar op actuele ontwikkelingen in regio en sector. En niet-bekostigd onderwijs wordt breder toegankelijk, zodat ook losse onderdelen van een opleiding gevolgd kunnen worden.
Het zijn waardevolle aanpassingen. Toch is het goed om scherp te houden: flexibiliteit is een middel, geen doel op zich. De vraag is niet hoeveel vrijheid een instelling krijgt, maar wat je ermee doet om studenten én de arbeidsmarkt verder te helpen. Wanneer flexibilisering leidt tot fragmentatie – waarin iedere partij zijn eigen route ontwerpt zonder afstemming – verliest het zijn kracht.
"Wetgeving opent deuren. Of ze ook werkelijk worden geopend, hangt af van wat er in de praktijk gebeurt."
De grootste winst ontstaat in regionale samenwerking
In onze dagelijkse praktijk zien we dat vernieuwing in het onderwijs pas echt landt wanneer meerdere partijen samen optrekken. Een mbo-instelling kan wel verkorte trajecten aanbieden, maar als regionale werkgevers niet weten welke competenties daarin worden opgebouwd, ontstaat er onnodig misverstand. Een school kan flexibele uren inrichten, maar als er geen afspraken zijn met stages en werkplekken, verdwijnt de aansluiting alsnog.
Wet VABA biedt dus vooral kansen wanneer onderwijsinstellingen, bedrijven, gemeenten en andere regionale partners samenwerken. Niet incidenteel, maar structureel. Niet als losse projecten, maar als onderdeel van een gedeeld perspectief op talentontwikkeling in de regio.
Die samenwerking begint met een gezamenlijke analyse: welke vakmensen hebben we nu en in de toekomst nodig? Welke vaardigheden zijn in ontwikkeling en welke dreigen achter te blijven? En hoe organiser we het leren zo dat studenten en professionals zich doorlopend kunnen blijven ontwikkelen – ook ná hun eerste diploma?
Doorlopende leerroutes worden belangrijker dan afzonderlijke opleidingen
Een van de diepere verschuivingen die Wet VABA mogelijk maakt, is de beweging van losse opleidingen naar doorlopende leerroutes. Traditioneel denken we in niveaus en diploma's: je volgt een mbo-opleiding, studeert af en stapt de arbeidsmarkt op. Maar voor veel beroepen geldt inmiddels dat leren nooit stopt. Nieuwe technieken, veranderende wetgeving, verschuivende marktvraag: wie stilstaat, raakt achterop.
Wet VABA maakt het eenvoudiger om die doorlopendheid te organiseren. Verkorte trajecten voor ervaren werknemers, losse keuzedelen die aansluiten op actuele vraag, flexibele onderwijsvormen die passen bij werkende professionals: het zijn stukjes van een groter geheel. Dat geheel vormen we samen.
Daarom pleiten wij ervoor om niet alleen naar de wet te kijken, maar naar de arrangementen die we eromheen bouwen. Hoe sluit een verkort traject aan op een vervolgopleiding? Hoe verbinden we keuzedelen met regionale arbeidsmarktbehoeften? En hoe zorgen we dat een eerste diploma het begin is van een leven lang ontwikkelen, in plaats van het eindpunt?
Gezamenlijke verantwoordelijkheid voor talentontwikkeling
De arbeidsmarkt vraagt niet alleen om vakmensen die nu het werk kunnen doen. Het vraagt ook om mensen die zich een leven lang kunnen blijven ontwikkelen, die kunnen switchen tussen rollen en sectoren, en die samenwerken in steeds wisselende constellaties. Dat soort mensen krijg je niet door een curriculum te optimaliseren. Je krijgt ze door een ecosysteem te creëren waarin leren, werken en ontwikkelen met elkaar verweven zijn.
Dat ecosysteem vraagt om gedeelde verantwoordelijkheid. Onderwijsinstellingen bieden structuur en kwaliteit. Werkgevers bieden praktijk en perspectief. Gemeenten en regionale partners bieden het kader waarin die samenwerking duurzaam kan zijn. Geen van deze partijen kan het alleen. Wet VABA maakt het juridisch mogelijk, maar de intentie en de uitvoering komen van ons samen.
"De Wet VABA biedt ruimte voor vernieuwing. De vraag is niet of we die ruimte krijgen, maar hoe we die samen benutten."
Bronnen
- Eerste Kamer der Staten-Generaal (2026). Wet verbetering aansluiting beroepsonderwijs en arbeidsmarkt (Wet VABA), aangenomen 23 juni 2026.
- Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2025). Memorie van Toelichting Wet VABA.
- MBO Raad (2025). Position paper flexibilisering en doorlopende leerroutes mbo.